Welke types collageen bestaan er? Type I, II, III en meer uitgelegd

Collageen is niet één enkele stof. Het is een grote familie van structurele eiwitten die op verschillende plaatsen in het lichaam voorkomen. Wetenschappers hebben bij mensen minstens 28 verschillende collageentypes geïdentificeerd. Ze verschillen in samenstelling, structuur en functie.

Toch kom je op verpakkingen van collageensupplementen vooral collageen type I, II en III tegen. Soms worden ook type V en type X vermeld. Dat roept al snel vragen op.

Welk collageentype is het beste voor de huid? Welk type zit in kraakbeen? En heb je voor je botten, pezen en gewrichten allemaal een ander supplement nodig?

In deze blog vergelijken we de belangrijkste types collageen, leggen we uit waar ze van nature voorkomen en bespreken we wat het collageentype op een supplement werkelijk betekent.


Hoe verschillen de collageentypes van elkaar?

Alle collageentypes behoren tot dezelfde eiwitfamilie, maar ze worden niet op exact dezelfde manier opgebouwd. Ze bestaan uit verschillende combinaties van eiwitketens en kunnen daardoor andere structuren vormen.

Sommige collageentypes vormen lange, stevige vezels. Andere maken fijnere netwerken, zitten in basaalmembranen of verbinden collageenvezels met andere onderdelen van het bindweefsel. Daardoor heeft ieder type zijn eigen plaats en functie.

De bekendste groep bestaat uit de vezelvormende collagentypes. Daartoe behoren onder andere type I, II, III, V en XI. Deze collagentypes vormen samen sterke driedimensionale raamwerken die weefsels structuur en mechanische stevigheid geven.

Type IV werkt anders. Dit collageen vormt geen lange vezels, maar dunne netwerken in basaalmembranen. Deze membranen ondersteunen cellen en vormen een grenslaag tussen verschillende soorten weefsel.

De verschillen tussen collageentypes hebben dus vooral te maken met:

  • de eiwitketens waaruit ze bestaan
  • de vorm die de moleculen samen aannemen
  • de weefsels waarin ze voorkomen
  • hun specifieke structurele en biologische functies

Voor voedingssupplementen zijn vooral type I, II en III relevant. Deze types vormen samen het grootste gedeelte van het collageen in het menselijk lichaam.

Collageen type I: huid, botten, pezen en bindweefsel

Collageen type I is het meest voorkomende collageentype in het lichaam. Het vormt dikke en sterke collageenvezels die bestand zijn tegen trekkracht.

Je vindt collageen type I onder andere in de huid, botten, pezen, gewrichtsbanden, bindweefsel, tanden, het hoornvlies van het oog en bloedvatwanden.

Type I is het belangrijkste collageentype in de huid en botten. Ook pezen bestaan grotendeels uit dicht gerangschikte collageenvezels van type I.

Collageen type I voor de huid

In de lederhuid vormt collageen type I samen met type III een ondersteunend netwerk. Dit netwerk draagt bij aan de stevigheid en structuur van de huid.

Tijdens het ouder worden veranderen de aanmaak, kwaliteit en organisatie van huidcollageen. Ook zonlicht, roken en andere vormen van oxidatieve belasting kunnen de afbraak van collageen beïnvloeden.

De meeste gehydrolyseerde collageensupplementen die gericht zijn op huid, haar en nagels bevatten voornamelijk collageen type I, vaak in combinatie met type III. Dat betekent niet dat de complete collageenvezels rechtstreeks in de huid worden ingebouwd. Tijdens de spijsvertering worden ze afgebroken tot kleinere collageenpeptiden en aminozuren.

Collageen type I voor botten

Botten bestaan niet alleen uit calcium en andere mineralen. Ze bevatten ook een organische eiwitmatrix die grotendeels uit collageen type I bestaat.

De collageenvezels vormen een flexibel raamwerk waarin mineralen worden afgezet. Daardoor krijgen botten een combinatie van stevigheid en een zekere veerkracht. Een afwijkende productie of verwerking van collageen type I kan de botstructuur ernstig beïnvloeden, zoals zichtbaar is bij bepaalde erfelijke bindweefselaandoeningen.

Collageen type I is daarom relevant voor supplementen die gericht zijn op zowel huid als botten. Voor botgezondheid blijft het daarnaast belangrijk om te kijken naar de totale voeding en voedingsstoffen zoals calcium, vitamine D, vitamine K en eiwitten. Ontdek hier het meest complete supplement voor jouw botten.

Collageen type II: het belangrijkste collageentype in kraakbeen

Collageen type II komt vooral voor in kraakbeen. Het vormt fijnere collageenvezels die samenwerken met proteoglycanen en water om kraakbeen zijn veerkracht en drukbestendigheid te geven.

Je vindt type II onder andere in:

  • gewrichtskraakbeen
  • tussenwervelschijven
  • het glasvocht van de ogen
  • bepaalde structuren van het binnenoor

Kraakbeen moet niet alleen stevig zijn, maar ook belasting kunnen opvangen. Het collageennetwerk helpt voorkomen dat het weefsel te ver uit elkaar wordt getrokken, terwijl andere onderdelen van de kraakbeenmatrix juist water vasthouden en weerstand bieden tegen druk.

Gehydrolyseerd vs. ongedenatureerd collageen type II

Bij supplementen is het belangrijk om onderscheid te maken tussen twee vormen:

Gehydrolyseerd collageen type II is door enzymatische verwerking in kleinere peptiden opgesplitst. Het wordt meestal in hoeveelheden van meerdere grammen gebruikt en werkt vooral als bron van collageenpeptiden en aminozuren.

Ongedenatureerd collageen type II heeft zijn oorspronkelijke driedimensionale structuur grotendeels behouden. Dit wordt in veel kleinere hoeveelheden gebruikt. Het voorgestelde werkingsmechanisme verschilt van dat van gehydrolyseerd collageen en houdt verband met interactie met het immuunsysteem via de darm.

Deze vormen zijn dus niet één op één uitwisselbaar. Een product met 40 milligram ongedenatureerd type II kan niet rechtstreeks worden vergeleken met een product dat enkele grammen gehydrolyseerde collageenpeptiden bevat.

Kijk daarom niet alleen naar de hoeveelheid collageen op het etiket, maar ook naar de vorm, verwerking en het doel van het product.

Collageen type III: huid, bloedvaten en organen

Collageen type III vormt fijne, netachtige vezels die ook reticulaire vezels worden genoemd. Het komt vaak samen met collageen type I voor, maar heeft een andere structuur en functie.

Je vindt collageen type III onder andere in de huid, bloedvaten en organen als de darmen, baarmoeder, longen en andere zachte en rekbare weefsels.

Type III is belangrijk in weefsels die zowel ondersteuning als flexibiliteit nodig hebben. Het vormt een belangrijk structureel onderdeel van holle organen en grote bloedvaten.

De samenwerking tussen type I en type III

Collageen type I en III worden vaak samen genoemd omdat ze in veel bindweefsels naast elkaar voorkomen.

Type I vormt relatief dikke en sterke vezels. Type III vormt fijnere vezels en speelt een belangrijke rol in de vroege opbouw en organisatie van nieuw bindweefsel. Tijdens herstelprocessen wordt vaak eerst relatief veel type III aangemaakt. Later kan een deel daarvan worden vervangen of aangevuld door sterker type I-collageen.

De verhouding tussen type I en III verschilt per weefsel, levensfase en herstelproces. Het is daarom te eenvoudig om type I alleen aan stevigheid en type III alleen aan elasticiteit te koppelen. In de praktijk werken beide types samen binnen een groter netwerk van eiwitten en andere bestanddelen.

Rundercollageen bevat van nature zowel type I als type III. Daarom wordt het vaak gebruikt in supplementen die gericht zijn op de huid, botten, pezen en het algemene bindweefsel.

Collageen type IV: de basis onder cellen en weefsels

Collageen type IV verschilt duidelijk van type I, II en III. Het vormt geen lange collageenvezels, maar netwerkachtige structuren in basaalmembranen.

Een basaalmembraan is een zeer dunne ondersteunende laag waarop cellen rusten. Het helpt weefsels organiseren, geeft cellen houvast en speelt een rol bij de uitwisseling en filtering van stoffen.

Collageen type IV komt onder andere voor onder de opperhuid, rond bloedvaten, rond spier- en zenuwcellen en organen als bijv. de nieren en de longen.

Type IV is dus essentieel voor de microscopische architectuur van veel organen. Het is echter geen gebruikelijk hoofdbestanddeel van collageensupplementen.

Collageen type V: een regelaar van collageenvezels

Collageen type V komt in kleinere hoeveelheden voor dan type I, maar speelt een belangrijke rol bij de vorming en organisatie van collageenvezels.

Het bevindt zich vaak samen met collageen type I in de huid, pezen, botten en bepaalde vliezen en bindweefsels.

Type V helpt onder andere bepalen hoe collageenfibrillen worden gevormd en hoe dik deze worden. Je kunt het daarom zien als een soort organisator binnen het collageennetwerk.

Hoewel type V belangrijk is voor de structuur van bindweefsel, is er geen duidelijke reden om als consument specifiek een type V-supplement te zoeken. In sommige collageenbronnen kunnen kleine hoeveelheden type V van nature aanwezig zijn, maar het staat zelden centraal in onderzoek naar orale collageensupplementen.

Collageen type X: betrokken bij kraakbeen en botvorming

Collageen type X wordt vaak genoemd op producten voor botten en gewrichten. Dit type komt echter veel minder algemeen voor dan type I, II en III.

Het wordt vooral aangemaakt door gespecialiseerde kraakbeencellen tijdens processen waarbij kraakbeen verandert en wordt vervangen door bot. Dat gebeurt onder andere tijdens de groei van lange botten en bij endochondrale botvorming.

Collageen type X wordt daarom gezien als een marker van hypertrofische kraakbeencellen en processen rond botontwikkeling en kraakbeenverkalking.

Dat betekent niet dat type X het belangrijkste structurele collageen van volwassen bot of gezond gewrichtskraakbeen is. In volwassen bot domineert type I, terwijl type II het belangrijkste collageentype in gewrichtskraakbeen is.

Andere collageentypes in het lichaam

Naast type I tot en met V en type X bestaan er nog veel andere collageentypes. De meeste zijn minder bekend omdat ze in kleinere hoeveelheden voorkomen of zeer gespecialiseerde functies hebben.

Zo komt collageen type VI voor in de extracellulaire matrix rond cellen. Type VII vormt verankerende structuren die de opperhuid aan de onderliggende huidlaag helpen bevestigen.

Collageen type VIII komt voor in bepaalde structuren van bloedvaten en het oog. Type IX en XI werken samen met type II in kraakbeen en helpen het collageennetwerk organiseren. Type XVII is een membraangebonden collageen dat betrokken is bij de verbinding tussen huidcellen en het basaalmembraan.

Deze minder bekende types zijn biologisch belangrijk, maar worden zelden als afzonderlijk voedingssupplement gebruikt.

Overzicht van de belangrijkste collageentypes

CollageentypeKomt vooral voor inBelangrijkste structurele rol
Type IHuid, botten, pezen, banden en hoornvliesSterkte en weerstand tegen trekkracht
Type IIKraakbeen, glasvocht en tussenwervelschijvenStructuur en veerkracht van kraakbeen
Type IIIHuid, bloedvaten, darmen en organenFijn en flexibel ondersteunend netwerk
Type IVBasaalmembranenNetwerk en ondersteuning onder cellagen
Type VHuid, pezen, botten en hoornvliesRegeling van de vorming van collageenvezels
Type XGroeikraakbeen en zones van botvormingBetrokken bij kraakbeenrijping en botontwikkeling

Conclusie: welk verschil maken de collageentypes?

Collageen is een familie van eiwitten met minstens 28 verschillende types. Ieder type heeft zijn eigen structuur, plaats en functie.

Collageen type I is het meest voorkomende type en speelt een belangrijke rol in huid, botten, pezen en banden. Type II is kenmerkend voor kraakbeen. Type III vormt samen met type I een fijner ondersteunend netwerk in onder andere de huid, bloedvaten en organen.

Type IV vormt netwerken in basaalmembranen, terwijl type V de vorming en organisatie van collageenvezels helpt reguleren. Type X is vooral betrokken bij kraakbeenrijping en botontwikkeling.

Voor supplementen zijn vooral type I, II en III relevant. Daarbij is het belangrijk om niet alleen naar het cijfer op de verpakking te kijken. Ook de collageenbron, verwerking, dosering en wetenschappelijke onderbouwing bepalen wat voor product je werkelijk koopt.

Een lange lijst met collageentypes klinkt indrukwekkend, maar is niet automatisch beter. Het beste collageensupplement is een product waarvan de vorm en samenstelling aansluiten bij het doel waarvoor je het gebruikt.

Veelgestelde vragen over collageen en ogen

Bij mensen zijn minstens 28 verschillende collageentypes geïdentificeerd. Sommige publicaties hanteren een iets andere telling door verschillen in classificatie. Type I tot en met V zijn het bekendst, terwijl type I, II en III verreweg het vaakst in voedingssupplementen voorkomen.

Collageen type I is het meest voorkomende type in het menselijk lichaam. Het komt onder andere voor in huid, botten, pezen, banden en bindweefsel.

De huid bevat voornamelijk collageen type I en daarnaast type III. Kleinere hoeveelheden van andere types, waaronder type IV, V en VII, hebben meer gespecialiseerde functies.

Collageen type II is het belangrijkste collageentype in gewrichtskraakbeen. Ook type IX en XI helpen bij de organisatie van het kraakbeennetwerk.

De organische matrix van botten bestaat hoofdzakelijk uit collageen type I.

De opneembaarheid hangt vooral samen met de verwerking en peptidegrootte, niet uitsluitend met het oorspronkelijke collageentype. Gehydrolyseerde collageenpeptiden zijn in kleinere stukken opgesplitst en worden anders verteerd dan intact of ongedenatureerd collageen.

Type I en III komen van nature vaak samen voor, vooral in de huid en verschillende zachte bindweefsels. Veel rundercollageen levert beide types. Het is echter niet noodzakelijk dat ieder product afzonderlijk exacte hoeveelheden van beide types vermeldt.

Wil jij een kwalitatief collageensupplement met Hyaluronzuur en Vitamine C?

MEER INFORMATIE